Leny Velleman groeide op in een geassimileerd gezin. In juni 1942 dook het gezin onder in Amsterdam. In november ging Leny met valse papieren op zak naar Zeist om daar onder te duiken. Ze werd verraden en meegenomen. Tot twee keer toe kreeg zij de mogelijkheid om te ontsnappen: de eerste keer toen Leny naar de Sicherheitsdienst in Amsterdam werd gebracht en een Duitser, in de veronderstelling dat zij niet Joods was, aangaf dat ze mocht gaan; de tweede in de tram op weg naar het Centraal Station, toen een trambestuurder die haar kende zei dat hij haar wel wilde verstoppen in een bak naast hem. Maar ze durfde niet. Via kamp Westerbork werd Leny op 3 september 1944, in hetzelfde transport als Anne Frank, naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd.