Dr. Josef Mengele studeerde geneeskunde en antropologie in Duitsland en Oostenrijk. In 1935 promoveerde hij in de antropologie en drie jaar later sloot hij zijn studie medicijnen af. Hij werd lid van de NSDAP en sloot zich aan bij de SS. In 1940 werd hij opgeroepen voor de Wehrmacht. Mengele meldde zich
vrijwillig bij de Waffen-SS, waar hij werkzaam was voor het SS Rasse- und Siedlungshauptamt. Hij vocht korte tijd mee aan het front en raakte gewond. Daarna werd hij voor militaire dienst afgekeurd.
In mei 1943 werd hij als kamparts aangesteld in het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau met de opdracht om genetisch onderzoek te doen. Mengele
werd hoofd van verschillende afdelingen in het vernietigingskamp Birkenau, het vrouwenkamp en het zogenaamde Zigeunerlager. Ook was hij betrokken bij de eerste selectie van de nieuw aangekomen gedeporteerde Joden. Bij aankomst werden jonge
kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en zieken met één handgebaar naar de rij verwezen die rechtstreeks naar de gaskamers ging. Anderen, die geselecteerd werden om te werken, leefden kortere of langere tijd onder de meest erbarmelijke omstandigheden.
Mengele was berucht om zijn wrede en onethische medische experimenten onder andere op tweelingen. Een groot aantal gevangenen dat werd bloot gesteld aan zijn experimenten, overleefde het niet. Zijn bijnaam 'De engel des dood' geeft aan hoe hij door de
gevangenen werd gevreesd.
Na de oorlog ging hij naar Argentinië. Nazi-jager Simon Wiesenthal kwam hem vanuit Israël op het spoor. In 1958 werd hij gearresteerd, maar hij kon zich vrijkopen. Een jaar later volgde een arrestatiebevel. De grond werd nu te heet onder zijn voeten.
Mengele week uit naar Paraguay. In 1979 overleed hij in Brazilië.