Onder druk van de gebeurtenissen in nazi-Duitsland kwam in de jaren dertig een grote stroom vluchtelingen naar Nederland. Duitse sociaaldemocraten, communisten en Joden zochten een veilig heenkomen. Een beperkt aantal werd toegelaten. De vluchtelingen waren niet of nauwelijks welkom. Velen werden dan ook als ‘ongewenste vreemdeling’ teruggezonden. Na de Anschluss (1938) en de Reichskristallnacht (1938) nam de stroom vluchtelingen toe. Onder druk van de publieke opinie werd het toelatingsbeleid iets versoepeld. De financiële ondersteuning van hen die binnen mochten komen liet de regering over aan particulier initiatief.
Het Nederlandse beleid