Edith Stein was Duits-Joods van geboorte. Op 13-jarige leeftijd werd zij overtuigd atheïste. In Breslau studeerde zij filosofie en geschiedenis. In Göttingen en Freiburg werd zij intellectueel en wetenschappelijk gevormd door haar studie bij de
beroemde filosoof Husserl. De autobiografie van de Heilige Teresa van Avila maakte zo'n diepe indruk op haar dat zij besloot katholiek te worden en zich te laten dopen. Toen Hitler aan de macht kwam, verloor zij, als jodin, haar baan aan de universiteit.
Zij trad daarop toe tot de Orde van de Karmelieten in Keulen. In 1938 ontvluchtte Edith Stein nazi-Duitsland en nam haar intrek in het Nederlands Karmelklooster in Echt, in Limburg.
Na het protest van de Nederlandse bisschoppen in juli 1942 tegen de Jodenvervolging, antwoordde de bezetter met represailles tegen katholieke Joden. Toen werden onder meer Edith Stein en haar zuster Rosa in het klooster gearresteerd. Via kamp Amersfoort en kamp Westerbork gingen zij op 7 augustus 1942 op transport naar Auschwitz, waar zij direct na
aankomst werden vermoord.
