Verzet bleef lange tijd beperkt tot anti-Duitse grappen en liedjes en tot blijken van trouw aan het Koningshuis. Het kwam langzaam en moeizaam op gang. De belangrijkste vormen van verzet waren de hulp aan onderduikers, het vervalsen van persoonsbewijzen en andere documenten, en het vervaardigen en verspreiden van illegale bladen. Velen werden door hun verzetswerk gepakt. In Nederland werden 2000 verzetsmensen terechtgesteld. Anderen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen of, steeds vaker zonder proces, naar concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk gestuurd. In deze kampen kwamen enkele duizenden verzetsmensen om het leven. Sommigen werden via andere kampen naar Auschwitz gedeporteerd.