Actief verzet tegen de bezetter kwam langzaam en moeizaam op gang, in principe in dezelfde verzuilde netwerken als voor de oorlog. Daarin bevonden zich mensen die elkaar kenden en wisten wie wel of niet te vertrouwen was. In de niet-kerkelijke verzetsorganisaties bevonden zich een naar verhouding aanzienlijk aantal Joden. Volgens schattingen zijn er tot de zomer van 1942 niet meer dan enkele honderden verzetsstrijders actief geweest. Dit aantal zou tot september 1944 toenemen tot ongeveer 25.000 mensen, die zich met allerlei vormen van verzet bezighielden. De belangrijkste waren: hulp aan onderduikers, vervalsen van persoonsbewijzen en andere papieren, en het samenstellen en verspreiden van illegale kranten. Duizenden verzetsmensen moesten hun werk met de dood bekopen.
Diverse vormen van verzet