In november 1941 werd de Joodsche Raad door de bezetter meegedeeld dat Joodse werklozen in werkkampen in Nederland te werk gesteld zouden worden. Op 10 januari 1942 moesten 1400 werkloze Joden zich in Amsterdam op het station melden. De opkomst was laag. De Joodsche Raad spoorde de mensen aan om maar vooral te gaan ‘om erger te voorkomen’. Enig effect had deze aansporing wel. In maart werden ook Joden opgeroepen die wel werk hadden. In september waren al meer dan zevenduizend Joodse mannen opgeroepen. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de werkkampen in het noordoosten leeggehaald en de mannen naar kamp Westerbork vervoerd. Hun vrouwen en kinderen werden thuis opgehaald door de Nederlandse politie en ook naar Westerbork gebracht.
