Op 21 november 1940 werden de universiteiten gedwongen hun Joodse personeel te ontslaan. In Leiden hield de voorzitter van de juridische faculteit van de Leidse universiteit, prof. Mr. R. P. Cleveringa een indrukwekkende toespraak ter ere van zijn collega en leermeester professor Eduard Maurits Meijers, waarin hij diens ontslag en dat van de andere Joodse collega´s veroordeelde. Daarop gingen de Leidse studenten in staking. De bezetter arresteerde studentenleiders. De universiteit van Leiden en de Technische Hogeschool in Delft, waar de studenten eveneens staakten werden gesloten. Ook Cleveringa werd opgepakt en naar de gevangenis in Scheveningen afgevoerd. In de zomer van 1941 werd hij vrijgelaten. Cleveringa overleefde de oorlog. Professor Meijers werd op 7 augustus 1942 naar kamp Westerbork overgebracht, en vandaar op transport gezet naar het getto en doorgangskamp Theresienstadt in het voormalige Tsjecho-Slowakije. Meijers overleefde Theresienstadt en keerde op 25 juni 1945 terug naar Leiden. Na de oorlog kreeg hij van de regering de opdracht een nieuw Burgerlijk Wetboek te ontwerpen.
