Eind juni 1942 werd de Joodsche Raad meegedeeld dat de Joden in kampen in Duitsland te werk zouden worden gesteld. In Amsterdam gingen 4.000 oproepen uit, maar lang niet alle opgeroepen Joden meldden zich. Daarop pakte de Duitse bezetter op 14 juli
1942 ongeveer 700 Joden op. Deze groep zou naar het concentratiekamp Mauthausen worden gestuurd als degenen die waren opgeroepen zich niet kwamen
melden. Daarop meldden zich ruim 900 Joden. Te weinig, oordeelde de bezetter – en dus werd het eerste transport per trein richting Oost-Europa aangevuld met Joden die al in Westerbork zaten en Joden uit
kamp Amersfoort.
Op 15 en 16 juli vertrokken treinen met tezamen meer dan 2.000 Joden uit Westerbork naar Auschwitz. In de vijftien maanden die daarop volgden zou de deportatie van de Joden in Nederland zich
voltrekken.
In 1942 en 1943 werden bij talloze grote en kleine razzia’s in heel Nederland Joden met medewerking van de Nederlandse politie van huis gehaald. De laatste grote razzia vond plaats op 29 september 1943 in
Amsterdam. Daarna werden nog vele ondergedoken Joden door verraad opgepakt.
