De gewelddadigheden namen toe. Op Duits bevel werd in februari 1941 de Joodsche Raad opgericht. Joden werden nu zelf ingeschakeld bij de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. In de loop van 1941 werd de bewegingsvrijheid van Joden steeds meer beperkt door talloze verordeningen. Joden mochten niet meer naar de bioscoop, naar cafés, markten, zwembaden, parken, musea, dierentuinen, speeltuinen en openbare bibliotheken. Joodse kinderen werden van niet-Joodse scholen verwijderd en Joodse studenten waren niet langer welkom op de universiteiten.
Gewelddadigheden
