Aangezien in Duitsland een tekort was aan arbeidskrachten, vooral in de industrie, maakte men gebruik van arbeidskrachten uit de bezette landen. Eind maart 1942 werd ook in Nederland een verordening aangenomen over verplichte arbeid in Duitsland. Veel
van de op deze manier tewerkgestelde Nederlanders keerden illegaal terug en moesten daarom onderduiken. Wie gepakt werd kreeg zware straffen.
In mei 1943 werden alle Nederlandse mannen tussen 18 en 35 jaar verplicht zich voor werk in Duitsland aan te melden. Aangezien men op alle mogelijke manieren probeerde daar onderuit te komen, hielden de Duitsers als represaille in het najaar van 1944 op
grote schaal razzia’s. Zij dreigden ook gijzelaars dood te schieten als men zich zou blijven onttrekken aan werk in Duitsland. In een aantal plaatsen werd dit dreigement ook uitgevoerd. Meer dan een half
miljoen Nederlanders werkten tijdens de oorlog kortere of langere tijd in Duitsland.
