Bij de deportatie van Joden wilde de bezetter de plaatselijke politie inzetten. In Amsterdam was in mei 1941 de hoofdcommissaris van politie vervangen door een nationaal-socialist, nadat eerder al de burgemeester was vervangen. De nieuwe hoofdcommissaris Sybren Tulp was iemand die al voor de oorlog grote sympathie had opgevat voor nazi-Duitsland. Hij was een charismatische man die achter zijn mannen stond, óók als ze in problemen waren gekomen met Nederlandse nationaal-socialisten. Hij kwam zelfs op voor anti-Duitse politiemannen. Op die manier wist hij zijn agenten dienstbaar te maken aan de bezetter. Gevolg: velen gehoorzaamden toen de politie vanaf medio 1942 werd ingezet bij het ophalen van Joden, slechts een enkele rechercheur weigerde uit gewetensnood.
Nieuwe agenten werden opgeleid, geheel in nationaal-socialistische zin. Deze ‘Schalkhaarders’ (vernoemd naar de plaats waar zij werden geschoold) werden vooral in Den Haag en Amsterdam ingezet. In 1942 werd bovendien de Vrijwillige Hulppolitie opgericht. Leden van de Nederlandse SS en de knokploegen van de Nederlandse nationaal-socialisten werden er lid van. Zij en de Schalkhaarders zouden berucht worden als fanatieke Jodenjagers.
Persoonsbewijs