Eind januari en vooral in het begin van februari 1941 namen de gewelddadigheden tegen Joden toe. Knokploegen van de Nederlandse nationaal-socialisten sloegen Joden uit de tram en trokken de oude Jodenbuurt in om ruiten in te gooien en Joden te provoceren. Joden en niet-Joden keerden zich tegen die knokploegen, op straat kwam het tot gevechten. Bij één van die gevechten werd een nationaal-socialist dodelijk gewond. Als reactie daarop sloot de Duitse bezetter tijdelijk de oude Jodenwijk af. Daarna gaf zij het bevel een Joodsche Raad op te richten. Na een incident in de Joodse ijssalon Koco waarbij leden van de Grüne Polizei met ammoniak werden besproeid, nam de bezetter nog meer maatregelen
Als vergelding voor de ongeregeldheden werden op 22 en 23 februari 1941 bij een razzia in de Jodenbuurt meer dan 400 Joden opgepakt. Uit protest riep de (illegale) Communistische Partij Nederland op tot
een staking.
Op 25 en 26 februari werd in Amsterdam en omgeving massaal gestaakt. De staking werd hard neergeslagen. Het was de eerste keer dat de Duitse bezetter met geweld optrad. Nog geen week later, op 3 maart 1941, werd één van de twee Joodse eigenaren van de
ijssalon Koco, Ernst Cahn, gefusilleerd.
