Begin 1941 nam de agressie tegen Joden toe. In Amsterdam werd de WA steeds brutaler en gewelddadiger. Op 22 en 23 februari 1941 vond in Amsterdam een razzia plaats, waarbij 425 Joodse mannen werden opgepakt. Het protest tegen deze razzia leidde tot de Februaristaking.
De eerste razzia
Februaristaking
In een verordening van 22 oktober 1940 omschreven de nazi’s wie een Jood was en wie niet. Op 10 januari 1941 volgde de gedwongen registratie. Wie als Jood
geregistreerd stond kreeg een ‘J’ in het persoonsbewijs.
Bij de deportaties, vanaf juli 1942, werden de plaatselijke politie, speciaal getrainde eenheden en de Vrijwillige Hulppolitie ingezet om ondergedoken Joden op te sporen. Ook Nederlandse burgers werkten hier aan mee. Deze ‘Jodenjagers’ kregen zeven gulden vijftig per aangegeven Jood.
Persoonsbewijs
Beroving van Joden
De Nederlandse politie
Schalkhaar
Op allerlei manieren werd door de bezetter geprobeerd om mensen in aanraking te brengen met nationaal-socialistische denkbeelden. Vooral affiches vormden een belangrijk propagandamiddel. Dikwijls werden affiches door voorbijgangers met opzet beschadigd of veranderd in een oproep tot verzet.