Niet alleen politieke partijen en vakbonden werden onder toezicht geplaatst, ook de pers werd gelijkgeschakeld. Het Algemeen Nederland Persbureau werd onder Duitse censuur gebracht, berichtgeving over bepaalde onderwerpen werd verboden, verplicht of ongewenst verklaard. Zo werd de pers onder meer vrij snel gemaand om niet meer over leden van het Koninklijk Huis te schrijven. Die censuur trof ook de radio. Op 28 juli 1940 sprak koningin Wilhelmina voor het eerst vanuit Londen via de BBC (Radio Oranje) het Nederlandse volk toe. De bezetter zag het gevaar en verbood het luisteren naar de BBC onmiddellijk. Later werd het – eerst Joden (april 1941), daarna alle Nederlanders – verboden een radiotoestel in huis te hebben, niet in de laatste plaats omdat de Duitse autoriteiten bang waren dat uit Engeland bij een eventuele invasie via de radio instructies aan de Nederlandse bevolking gegeven zouden kunnen worden. Toneel, literatuur en andere (podium-)kunsten werden aan banden gelegd. De bezetter stelde een Kultuurkamer in; kunstenaars die geen lid werden, mochten niet meer publiceren, optreden of tentoonstellen. Bibliotheken mochten geen anti-Duitse lectuur meer uitlenen.
