Met de bezetting van Nederland werd de vrijheid van meningsuiting aan banden gelegd. Ook werden politieke partijen, vakbonden, radio en kranten onder toezicht geplaatst. Op deze manier probeerde de Duitse bezetter greep te houden op de bevolking. In de bioscoop kwamen Duitse films, het nieuws op de radio was pro-Duits.
Nederland kreeg een burgerbestuur onder leiding van Reichskommissar Seyss-Inquart. De SS (Schutzstaffel: beschermingsafdeling, een paramilitaire organisatie binnen de Duitse nazipartij), de Duitse politie en allerlei naziorganisaties kregen daardoor veel meer ruimte om op te treden. Met de benoeming van een burgerbestuur hoopte Hitler de steun van de bevolking te krijgen. Een onmiddellijk scherp optreden tegen de Joden kon dit plan dwarsbomen.