In 1942 werd de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) opgericht. Deze zou uitgroeien tot de grootste hulporganisatie voor onderduikers, met
netwerken in heel Nederland, een vervalsingafdeling en knokploegen die distributiekantoren overvielen om aan bonkaarten voor voedsel te komen.
Ook in 1942 ontstonden in Amsterdam en Utrecht verzetsgroepen die zich toelegden op het redden van Joodse kinderen. In Amsterdam werden opgepakte Joden in de voormalige Hollandsche Schouwburg
samengebracht voor ze naar Westerbork en verder werden getransporteerd. Medewerkers van de Joodsche Raad in de Hollandsche Schouwburg wisten mensen administratief zoek te maken en ze uit het
gebouw te smokkelen. Kinderen van de bijeengedreven Joden werden in een crèche aan de overkant opgevangen. Verzetsgroepen haalden met hulp van de Joodse leiding kinderen uit de crèche en brachten ze bij pleegouders onder. Zeshonderd kinderen werden zo gered.
