Walter Süskind (1906-1945) Süskind, een Duits-Joodse vluchteling, werkte voor de Joodsche Raad, die hem in 1942 tot directeur van de Hollandsche Schouwburg benoemde. Met zijn assistent, Felix Halverstad, lichtte hij persoonskaarten waardoor mensen die ontvluchtten ook administratief verdwenen. Als er een groep mensen naar Westerbork moest vertrekken, leidde hij de bewaking af, waardoor zijn assistent bij het tellen tien mensen over kon slaan: 183, 184, 195, 196... Ongeveer 2000 gevangenen konden na het begin van de deportaties in 1942 tot de laatste razzia's in september 1943 uit de Schouwburg vluchten. Zij werden opgevangen door het verzet en naar onderduikadressen gebracht. In 1944 werd Süskind met zijn vrouw en dochtertje naar Westerbork gevoerd. In september 1944 werden zij naar Auschwitz gedeporteerd. Süskind kwam om bij de evacuatie van Auschwitz in 1945. Zijn vrouw, dochtertje, moeder en schoonmoeder waren enkele maanden daarvoor vergast. Fotograaf onbekend, collectie NIOD, Amsterdam
Virginie (Virrie) Cohen (1916) Virrie Cohen en haar zuster Mirjam werkten al voor de oorlog in de kindercrèche tegenover de Schouwburg, onder leiding van directrice Henriëtte Pimentel. In oktober 1942 werd de crèche bestemd om de kinderen die in de Schouwburg kwamen op te vangen. Pimentel zette met Walter Süskind, directeur van de Schouwburg, een systeem op om kinderen uit de crèche te laten verdwijnen. Verschillende verzetsgroepen, de zogenaamde kinderwerkers, haalden kinderen op en brachten hen onder bij onderduikouders. Tot de sluiting van de crèche in het najaar van 1943 was Virrie Cohen met een aantal andere verzorgsters actief in het smokkelen van kinderen. Henriëtte Pimentel werd op 26 juli 1943 gedeporteerd en in Auschwitz vergast. Virrie Cohen werd belast met de leiding. Na de ontruiming van de crèche eind september 1943, dook zij onder. In totaal werden ongeveer 600 kinderen uit de crèche bevrijd. Fotograaf onbekend, collectie VMA, Amsterdam