Pas acht maanden nadat de geallieerden voet hadden gezet op Zuid-Nederlandse bodem, was heel Nederland bevrijd. Op 4 mei 1945 capituleerden de Duitsers in heel Noordwest Europa. Sindsdien worden in
Nederland op 4 mei de doden herdacht en op 5 mei de bevrijding. Toch vielen ook na 4 mei 1945 nog slachtoffers.
Op 7 mei – de dag waarop de Canadese troepen de stad binnenreden – schoten Duitse soldaten op een menigte feestvierende Amsterdammers; 22 mensen vonden de dood. Temidden van de feestvreugde kwamen de Joden die in Amsterdam en elders in het land
ondergedoken hadden gezeten, uit hun schuilplaatsen tevoorschijn. Ook zij waren blij dat oorlog voorbij was, maar hun vreugde was vermengd met angst over het lot van familie en vrienden. Langzamerhand werd duidelijk dat zeer weinig Joden de
vernietigingskampen hadden overleefd. De massale omvang van de Shoah werd zichtbaar. Niet zelden kwam er van familie, vrienden en bekenden helemaal niemand terug. In totaal kwamen 102.000 Joden niet
terug. Joden die de kampen hadden overleefd of waren ondergedoken, werden gekweld door de gedachte: ‘Waarom ik wel, waarom zij niet?’
