Spaanse en Portugese Joden (Sefardiem) waren de eerste groepen van enige omvang die zich eind zestiende eeuw vooral in Amsterdam vestigden. In de jaren dertig en veertig van de zeventiende eeuw kwamen daar grote groepen Joden uit Oost- en Midden-Europa (Asjkenaziem) bij, op de vlucht voor pogroms. In Nederland hadden zij meer religieuze en burgerlijke vrijheden dan in veel andere landen. Eind zeventiende eeuw kregen Joden toestemming om in Amsterdam twee synagogen te bouwen. In 1796 kregen zij dezelfde burgerrechten als de overige inwoners. Sindsdien konden Joden zich overal vrij vestigen.
