Kamp Westerbork was in 1939 door de Nederlandse regering gebouwd voor Joodse vluchtelingen, die voornamelijk uit Duitsland en Oostenrijk kwamen. In mei 1940 zaten daar ongeveer 750 Joodse vluchtelingen. Na de bezetting van Nederland werd het kamp aanzienlijk uitgebreid en werd het een doorgangskamp. Op 1 juli 1942 - kort voor het begin van de deportatie van Joden - werd het kamp door de SS overgenomen. De bewaking werd strenger en het kamp werd met prikkeldraad omheind. Om orde en rust beter te bewaren schakelde de Duitse kampleiding gevangenen in. Op deze manier ontstond onder meer de Joodse Ordedienst. Kurt Schlesinger werd Eerste Dienstleider van deze goed functionerende, uit Joods personeel bestaande kamporganisatie. Iedereen was bang voor hem omdat hij invloed had op de samenstelling van de transportlijsten.
