In Kamp Vught zaten Joden, een aantal Sinti en Roma, criminelen, politieke gevangenen, zwarthandelaren, Jehovah’s Getuigen en mensen die gepakt waren omdat zij
Joden hadden geholpen.
In het kamp was een werkplaats van Philips, waar onder meer radio’s en zaklantaarns werden gemaakt. Voor de Joodse gevangenen betekende een baantje bij Philips uitstel van transport. Maar zij werden op 2 juni 1944 toch naar Auschwitz gedeporteerd. Op 6 en 7 juni 1943 vertrokken uit Vught twee kindertransporten met Joodse kinderen tot 16 jaar met één van hun ouders naar Westerbork. Een dag later vertrok een transport met een groot aantal kinderen naar het vernietigingskamp Sobibor. Daar werden zij direct na aankomst
vermoord. Voor meer dan 12.000 Joden werd Vught het doorgangskamp naar de dood in de concentratie- en vernietigingskampen in bezet Polen.
