Vanuit Westerbork reden van 2 maart tot en met 20 juli 1943 negentien treinen naar het vernietigingskamp Sobibor in het door de nazi's bezette
Oost-Polen, met 34.313 Joden. Op een enkele uitzondering na werden zij direct na aankomst vergast. Een speciaal gevangenencommando moest bij de gaskamers werken. De leden hiervan werden op gezette tijden vermoord.
De trein stopte in het kamp. Van het perron werden de mensen direct de gaskamer in gedreven. Ongeveer duizend Joden uit Nederland gingen vanuit Sobibor direct verder en werden tewerkgesteld in andere kampen, zoals het turfkamp Dorohucza in Lublin-Majdanek en Alter-Flugplatz. Van hen overleefden vijftien vrouwen en drie mannen. Na een opstand in september 1943 werd Sobibor ontruimd en met de grond gelijk gemaakt.
