In 1941 werd in Amsterdam een razzia gehouden als vergelding voor ongeregeldheden in de Jodenwijk.
Meer dan 400 Joodse mannen werden opgepakt en via de kampen Schoorl in Nederland en Buchenwald in Duitsland naar het kamp Mauthausen in Oostenrijk afgevoerd. In september van datzelfde jaar werden in Twente meer dan honderd Joden opgepakt, als vergelding voor het doorsnijden van enkele kabels. Ook zij kwamen in Mauthausen terecht. In Amsterdam en Twente kregen familieleden na korte tijd de doodsberichten. Geen van de gedeporteerden keerde terug. Mauthausen – al in de oorlog Moordhuizen genoemd - was een concentratiekamp, waar duizenden zich dood moesten werken in de steengroeve. Een aantal Nederlandse beroepsofficieren en geheim agenten werd in Mauthausen geëxecuteerd. Tegen het einde van de oorlog kwamen honderden Nederlanders uit andere
kampen in Mauthausen terecht.
