Een onderdeel van Bergen-Belsen werd het Sterrenkamp genoemd, bestemd voor Joden die voor uitwisseling in aanmerking kwamen. Onder hen bevonden zich veel Nederlanders. Zo werden in 1944 tussen januari en september 3751 Joden vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Zij bezaten een dubbele nationaliteit (dikwijls gekochte Zuid-Amerikaanse passen), of beschikten over een Palestina-certificaat waarmee ze naar Palestina konden emigreren. Slechts een klein aantal werd ook daadwerkelijk uitgewisseld en mocht naar Palestina. In september en oktober 1944 kwamen Joden vanuit Auschwitz in Bergen-Belsen aan, onder wie Anne Frank en haar zusje Margot. In maart 1945 overleden Margot en een paar dagen later Anne aan tyfus. Bij de bevrijding op 15 april door de Engelsen waren nog 60.000 mensen in het kamp in leven. Duizenden doden lagen over het terrein verspreid. Duizenden zouden nog na de bevrijding sterven.
