Op 29 april 1943 brak in de stad Hengelo in Oost-Nederland een grote staking uit, nadat de bezetter had verordend dat op grote schaal overgegaan zou worden tot herinternering van de in 1940 vrijgelaten Nederlandse krijgsgevangenen. Duitsland had
dringend arbeidskrachten nodig. De staking in Hengelo vond navolging in het hele land. Zo werd onder meer ook gestaakt bij de Hoogovens, waar staal werd geproduceerd. De stakingen werden bloedig onderdrukt.
In totaal kwamen bij de stakingen 175 mensen om, doodgeschoten door het Duitse leger. Vierhonderd mensen raakten gewond. Op 3 mei ging men weer aan het werk, maar de steun aan het verzet en hulp aan onderduikers zouden na deze stakingen toenemen.
