Vanaf Schiphol Amsterdam vertrekt de groep naar Warschau. In de binnenstad wordt een oude Joodse begraafplaats bezocht. De volgende dag vertrekt de bus naar Oswiecim, een provinciestadje dat de Duitse naam Auschwitz kreeg, ongeveer 60 km ten westen van Krakau. Als eerste wordt Auschwitz I, met boven de ingang de woorden “Arbeit macht frei”, bezocht. In een aantal barakken zijn tentoonstellingen ingericht, waaronder het Nederlands Paviljoen. In andere worden voorwerpen getoond die bij de bevrijding van het kamp in grote hoeveelheden werden aangetroffen: koffers, schoenen, kinderkleding, afgeschoren vrouwenhaar. Na Auschwitz volgt Birkenau, dat ongeveer 3 km ten westen van Auschwitz I (Stammlager) ligt. De vierde dag vertrekt de bus richting Lublin. Majdanek is voor een deel intact gebleven en omgevormd tot een reusachtig museum. In Sobibor is niets meer; het enige dat rest is een asheuvel. De volgende dag staan een bezoek aan Warschau en in de namiddag het vertrek naar Amsterdam op het programma.
Een reis die mijn leven heeft veranderd, schrijft de zestienjarige Mischa Kiek, direct na zijn bezoek aan Polen in 2004. Hij is de kleinzoon van Auschwitz-overlevende Sonja Kiek. (pdf)
Huiveringwekkend en verwarmend noemt Wichert ten Have, directeur Centrum voor Holocaust en Genocidestudies, zijn bezoek aan Polen in 2007. (pdf)

Een belangrijk element van de reizen is dat er een stuk van je geheugen, van je geschiedenis wordt aangevuld. De overlevenden die meegaan, vertellen dingen die je ouders niet kunnen of willen vertellen.
Max Arian, journalist