Net als Belzec en Treblinka was
Sobibor in de eerste plaats ingericht om zo efficiënt mogelijk grote aantallen mensen te vermoorden. Bijna alle slachtoffers die in Sobibor per trein arriveerden, werden
direct vergast. De vergassing verliep volgens een standaardprocedure.
SS-ers en Oekraïense bewakers stonden de Joden met de zweep in de hand op te wachten en joegen hen uit de trein. De volgende stap
was 'desinfectie': de slachtoffers moesten zich in een barak uitkleden en al hun bezittingen achterlaten in een speciale ruimte. Vervolgens werden de naakte en doodsbange mensen langs een smal pad - door de
nazi's cynisch Himmelstraße gedoopt - naar de gaskamers gevoerd. Vrouwen gingen eerst nog een barak binnen waar hun haren werden afgeknipt. Daarna werden de mensen de gaskamer in gedreven, werden de deuren hermetisch gesloten en begon de
vergassing met koolmonoxide. Zoals bijvoorbeeld ook in Auschwitz gebeurde, moesten speciaal hiervoor geselecteerde gevangenen de lijken uit de gaskamers verwijderen en de slachtoffers in massagraven begraven. Deze 'werkjoden' moesten ook de treinwagons
schoonmaken waarin de slachtoffers werden aangevoerd en waren verantwoordelijk voor het sorteren voor transport naar Duitsland van de achtergebleven bezittingen (inclusief balen vrouwenhaar).