In oktober 1943 kwamen gevangenen in het kamp
Sobibor in opstand. Een paar maanden eerder deden geruchten de ronde dat het kamp zou worden opgeheven. Die geruchten werden gevoed door een sterk verminderde
aanvoer van transporten. De gevangenen die dwangarbeid moesten verrichten, vreesden dat opheffing van het kamp voor hen een zekere dood zou betekenen. Er werden vluchtplannen beraamd. Op 22 september 1943 arriveerde een transport Joden uit Minsk
waartussen ook krijgsgevangen Sovjetsoldaten zaten. Onder leiding van Alexander Petsjerski, een van de krijgsgevangen soldaten, werd op 14 oktober een ontsnappingsplan ten uitvoer gebracht. Twaalf Duitse
SS-ers en twee Oekraïense bewakers werden gedood na het reguliere ochtendappèl en 365 kampgevangenen slaagden erin te ontsnappen. Sommigen van hen kwamen echter om in het mijnenveld rondom het kamp, anderen werden later opnieuw gevangen genomen
en er zijn ook gevangenen op de vlucht vermoord door Poolse burgers. Andere Poolse burgers hebben ontsnapte gevangenen uit Sobibor met gevaar voor eigen leven voor de
nazi’s verborgen weten te houden. Vijftig
ontsnapte Sobibor-gevangenen hebben de oorlog overleefd, waaronder één Nederlandse vrouw (Selma Engel-Wijnberg). Ook in Treblinka (augustus 1943) en
Auschwitz-Birkenau (oktober 1944) zijn
gevangenen in opstand gekomen.