De eerste kampcommandant van
Sobibor was de Oostenrijkse SS-Obersturmbannführer Franz Stangl. Stangl had in Oostenrijk zijn ‘sporen’ al verdiend als waarnemend hoofd van het T-4
euthanasie-programma in Hartheim (bij Linz). Hier werden geestelijk en lichamelijk gehandicapte mensen op grote schaal om het leven gebracht. Later zou Stangl zeggen dat hij het massaal om het leven
brengen van Joden als zijn ‘vak’ zag en dat hij ‘ervan genoot’. In september van 1942 werd Stangl overgeplaatst naar
Treblinka, om daar ‘orde op zaken te stellen’ en het kamp te laten draaien als een geoliede
machine. Rechterhand van Stangl in Sobibor was Gustav Wagner, die op zijn post bleef toen Franz Reichleitner tot kampcommandant van Sobibor werd benoemd (in september 1942). Het kamp werd draaiende gehouden door een kleine Duitse
SS-staf (tussen de 20 en 30 man) en tussen de 90 en 120 ‘Trawniki’, gevangen genomen soldaten van uiteenlopende nationaliteit, die speciaal voor dit werk waren geselecteerd. Het overgrote deel van de Trawniki
in Sobibor bestond uit voormalige Oekraïense soldaten. Het meeste ‘vuile’ werk werd verricht door
Joodse dwangarbeiders.