De geschiedenis van de holocaust is goed gedocumenteerd. Talloze documenten, getuigenverklaringen, archieven, herinneringen van overlevenden, boeken, foto’s, films en gebouwen laten zien welke verschrikkingen er hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch zijn er nog altijd mensen die het bestaan van de Holocaust ontkennen of bagatelliseren. Er bestaat zelfs een heel netwerk van Holocaust ontkenners die – onder de zelfgekozen naam revisionisten – met boeken, tijdschriften en de laatste jaren vooral via internet proberen om twijfel te zaaien aan het feit dat de Holocaust ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Zij betogen dat er geen (of veel minder dan) zes miljoen Joden zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog en dat de nationaal-socialisten geen gaskamers hebben gebouwd om mensen te vermoorden, maar voor andere doeleinden (bijvoorbeeld het bakken van brood). Holocaustontkenners hebben een politiek doel. Door de ‘mythe’ van de Holocaust onderuit te halen, proberen zij te bewijzen of aannemelijk te maken dat het nationaal-socialisme een veel minder verderfelijk systeem was dan iedereen denkt. Zij proberen nieuwe aanhangers te winnen voor de nazi-ideologie. In een aantal Europese landen is het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust strafbaar. In Nederland bijvoorbeeld valt Holocaust ontkenning onder het discriminatieverbod en in Duitsland is er zelfs een aparte wet die het verspreiden van de Auschwitz-lüge verbiedt.