Centraal onderdeel van de
Endlösung was het bouwen van een aantal kampen waarin
Joden in grote groepen konden worden vermoord door middel van vergassing. Al
tijdens de zomer van 1941 had
SS-chef
Heinrich Himmler geklaagd dat de massa-executies een te grote psychologische belasting betekenden voor zijn mensen.
Met vergassing was vanaf december 1939 in Duitsland geëxperimenteerd bij het vermoorden van tienduizenden gehandicapten. In Polen werden vrachtwagens waarin mensen konden worden vergast voor het eerst ingezet in de herfst van 1941. In diezelfde tijd
werden in Auschwitz – dat toen nog in de eerste plaats een concentratie- en werkkamp was – de eerste proeven gedaan met het blauwzuurgas
Zyklon-B. Er werd besloten tot de bouw van vernietigingskampen in
Polen en een plan werd uitgewerkt om alle Joden in de bezette gebieden van West- en Zuid-Europa per trein naar ‘het Oosten’ af te voeren. Naast
Auschwitz-Birkenau werden
Sobibor,
Treblinka,
Majdanek,
Belzec en
Chelmno de grote en belangrijke Duitse vernietigingskampen in Polen. Voor zover dat nog niet was gebeurd, werden de Joodse wijken, dorpjes en steden leeggehaald en naar de vernietigingskampen afgevoerd, net als de Joodse
getto’s in Polen en andere Europese landen.