Na de inval in Polen, september 1939, maar meer nog na het begin van Operatie Barbarossa, de oorlog van Duitsland tegen de Sovjet-Unie, juni 1941, vonden er op grote schaal massa-executies plaats. Honderdduizenden Poolse, Oekraïense, Litouwse en Russische
Joden zijn daarbij om het leven gebracht. Ook veel andere burgers, zoals delen van de niet-
Joodse Poolse intelligentsia, zijn vermoord. Uitvoerders van deze massa-executies waren veelal de zogeheten
Einsatzgruppen, een klein aantal mobiele eenheden, bestaande uit
SS-ers en politiepersoneel, die snel konden worden ingezet voor ‘speciale opdrachten’. De inzet van Einsatzgruppen werd georganiseerd
door het Reichssicherheitshauptambt onder leiding van
Reinhard Heydrich Ze werden regelmatig bijgestaan door de Ordnungspolizei, door de lokale politie en de lokale bevolking. Commando’s van de
Einsatzgruppen veegden vaak de hele of halve bevolking van een dorp bijeen, voerden ze af, schoten ze neer en begroeven de lijken in massagraven of groeves. Ook werden vanaf de herfst van 1941 gevangenen in afgesloten vrachtwagens vergast. De inzet van de
Einsatzgruppen was de eerste stap in de
Endlösung (definitieve ‘oplossing’) van het ‘Joodse vraagstuk’.