Niet alle Europese Joden die naar Polen zijn gedeporteerd, zijn direct omgebracht. In Auschwitz vond een selectie plaats wie mocht blijven leven en moest werken en wie moest worden gedood. Vele tienduizenden gevangenen hebben er slavenarbeid verricht.
Toen in 1944 het leger van de Sovjet-Unie oprukte richting Berlijn en daarmee ook de concentratie- en vernietigingskampen van de
nazi’s naderde, werden de overlevende gevangenen te voet naar het westen
gestuurd. Op deze dodenmarsen, zoals ze later zijn gaan heten, werden duizenden doodgeschoten omdat ze te ziek of te zwak waren om te lopen; anderen stierven door ondervoeding, ziekte en extreme kou. Bij de evacuatie van Auschwitz eind 1944 en begin 1945
werden vele tienduizenden gevangenen op pad gestuurd; daarvan zijn zo’n 15.000 omgekomen of om het leven gebracht. Ook uit andere kampen – onder andere
Dachau, Ravensbrück,
Mauthausen, Neuengamme – en uit steden als Boedapest werden soortgelijke evacuaties georganiseerd. In de laatste twee maanden van de oorlog zijn bij deze dodenmarsen naar schatting een kwart miljoen slachtoffers gevallen.