De nazi’s hebben ook geprobeerd om Sinti en Roma (‘zigeuners’) uit te roeien. Al vòòr de oorlog werden Duitse en Oostenrijkse Sinti en Roma opgepakt – zogenaamd om de criminaliteit te bestrijden – en afgevoerd naar Dachau en Buchenwald. Vanaf het midden van de jaren dertig werden groepen mannen, vrouwen en kinderen gedwongen gesteriliseerd. Toen de oorlog eenmaal begonnen was, zijn in Oost-Europa Sinti en Roma op grote schaal slachtoffer geworden van executies uitgevoerd door Einsatzgruppen. Vanuit heel Europa werden zij gedeporteerd naar de vernietigingskampen. In Auschwitz heeft de beruchte kamparts dr. Josef Mengele voor zijn wrede medische experimenten veel Sinti en Roma kinderen gebruikt. Hoeveel Sinti en Roma tijdens de oorlog zijn omgebracht is nog altijd moeilijk na te gaan: schattingen lopen uiteen van ongeveer 100.000 tot 500.000 slachtoffers. In Nederland werden op 16 mei 1944 overal Sinti en Roma opgepakt en naar Westerbork afgevoerd. Drie dagen later vertrok een trein met 245 van hen naar Auschwitz. Na de oorlog kwamen er slechts 30 terug. Over de vervolging van Sinti en Roma is na de oorlog in heel Europa veel minder geschreven en gesproken dan over de Jodenvervolging.