Met name in Oost-Europa was de Tweede Wereldoorlog uiterst barbaars. Er sneuvelden naar ruwe schatting 8-10 miljoen Russische soldaten, er zijn naar schatting 2-3 miljoen niet-Joodse Poolse burgers gedood (naast 3 miljoen Joodse Polen). Slavische volken waren in de nationaalsocialistische ideologie Untermenschen, nog net goed genoeg om dwangarbeid te verrichten. Op Joden en 'zigeuners' (Sinti en Roma) is tijdens de oorlogsjaren speciaal jacht gemaakt door de Duitsers, maar andere bevolkingsgroepen zijn eveneens vervolgd en hebben zwaar geleden. Ongeveer 10.000 Jehovah's Getuigen zijn vanaf 1935 in Duitsland naar concentratiekampen gedeporteerd; een kwart van hen heeft het niet overleefd. Ook homoseksualiteit werd in nazi-Duitsland bestreden. Zo'n 50.000 mannelijke homo's werden veroordeeld tot gevangenisstraf. Vijfduizend van hen werden na het uitzitten van hun straf alsnog naar een van de kampen afgevoerd. Geestelijk en lichamelijk gehandicapten en anderen die volgens de nazi's niet voldeden aan het ideaal van het arische ras, hebben voor en tijdens de oorlog bijzonder zwaar geleden. 300.000 tot 400.000 van hen (ongeveer 0,5% van de Duitse bevolking) is vanaf 1934 gedwongen gesteriliseerd. Ongeveer 80.000 zijn vermoord in het kader van wat eufemistisch een euthanasieprogramma werd genoemd. De moord op gehandicapten gebeurde al vanaf december 1939 door middel van vergassing.
Persoonlijk verhaal: Deliana Rademakers