Hoeveel slachtoffers er exact in Auschwitz zijn gevallen is niet meer te achterhalen. Toen het leger van de Sovjet-Unie oprukte, vernietigden de
nazi’s eind 1944 grote delen van het kamparchief. Berekend vanuit
het aantal treintransporten zijn er in Auschwitz ongeveer 1,3 miljoen mensen vermoord. De vier grote crematoria van
Auschwitz-Birkenau werden pas operationeel nadat de
holocaust zelf over zijn ‘hoogtepunt’ heen was. De moord op de Joden was in 1941 begonnen, en in dat jaar hebben de Nazi’s ongeveer 1,1 miljoen mensen vermoord. In 1942 vermoordden ze nogmaals 2,7 miljoen mensen,
van wie er ongeveer 200.000 in Auschwitz zijn omgebracht. In 1943, het jaar waarin de crematoria van Auschwitz gingen werken, daalde het aantal slachtoffers tot een half miljoen (van wie de helft in Auschwitz is gedood). Eind 1943 sloot de
SS een aantal andere grote vernietigingskampen (
Sobibor, Belzec, Treblinka). Auschwitz was het enige kamp dat bleef bestaan om de ‘resten’ van de
Joodse gemeenschappen van bezet Europa ‘op te vangen’ en om te brengen. Tussen mei en juli 1944 werden 440.000 Hongaarse Joden naar Birkenau getransporteerd en vergast; de laatste en op dat moment enige resterende
omvangrijke Joodse gemeenschap van Europa.