Het kampcomplex Auschwitz bestond uit drie hoofdkampen – Auschwitz I,
Auschwitz-Birkenau (ook wel Auschwitz II genoemd) en Auschwitz-Monowitz (Auschwitz III) – plus 39 satellietwerkkampen.
Auschwitz I was het
Stammlager en had vanaf het begin een erg grote ‘opnamecapaciteit (10.000 gevangenen). Auschwitz-Birkenau, het grote vernietigingskamp, lag eigenlijk in het dorpje Brzezinka, drie
kilometer verderop. Auschwitz- Monowitz was het werkkamp, waar bedrijven als IG Farben en Krupp Stahl vestigingen hadden. Naar Auschwitz zijn in totaal ruim anderhalf miljoen mensen, voor het overgrote deel Joden, gedeporteerd. Bij benadering 1,1 miljoen
van hen zijn direct na aankomst vergast of doodgeschoten. Ruim 200.000 mensen kwamen om door ziekten of honger of ze werden na korte tijd naar de gaskamers gestuurd. Van de ruim 150.000 gevangenen die Auschwitz hebben overleefd, zijn er vele duizenden
alsnog gedood in andere
concentratiekampen of vermoord dan wel bezweken tijdens de zogeheten dodenmarsen. Auschwitz werd op 27 januari 1945 bevrijd door het Sovjet-leger. Op dat moment waren er nog
zo’n 7.500 – 8.000 zwaar zieke en ondervoede gevangenen in het kampcomplex in leven.