De bewaking van Auschwitz bestond uit
SS’ers. Velen van hen waren oudgedienden uit
concentratiekampen als
Buchenwald en
Dachau, niet uit de vernietigingskampen van het
Euthanasie-programma. Kampcommandant (tot november 1943) van
Auschwitz was SS-Hauptsturmführer
Rudolf Höss, die eerder zijn sporen had verdiend in de Concentratiekampen Dachau en Sachsenhausen. Onder zijn leiding werd Auschwitz naast werk- en Concentratiekamp ook een
vernietigingskamp. Waren er in maart 1941 in totaal nog slechts 700 SS-bewakers, in juni 1942 waren het er al drie keer zoveel. In augustus 1944, toen zowel het werk- als het vernietigingskamp op volle toeren draaide, waren er in totaal 3.300 bewakers en
opzichters in dienst. De SS in Auschwitz leefde in een eigen wijk, inclusief koffiehuis, zwembad, bibliotheek, kleuterscholen en medische voorzieningen. Veel mannelijke SS’ers woonden hier met vrouw en kinderen. De meeste SS-gezinnen hadden bedienden
(gevangenen uit het kamp) voor huis en tuin. Het Deutsche Haus aan het stationsplein van Oświęcim was de meest geliefde uitspanning van de SS. Op de bovenverdieping van dit café-restaurant liet
Heinrich
Himmler in 1943 een woning (werkkamer, slaapkamer, bad) voor zichzelf bouwen.