Bevrijding
De geallieerden hebben in september 1944 fabrieken rondom Auschwitz gebombardeerd en daar aanzienlijke schade aangericht. Een Sonderkommando moest vanaf oktober 1944 veel installaties
demonteren en sporen van de misdaden uitwissen. De kuilen waarin lijken waren verbrand, werden leeggehaald, met aarde gevuld en met gras en beplanting bedekt. Ondanks het bombardement van september en ondanks de evacuatie en ontmanteling daarna, bleven de
kampen tot aan het eind van de oorlog min of meer intact.
In november 1944, toen het Rode leger oprukte en Auschwitz naderde, vernietigden de nazi’s grote delen van de omvangrijke administratie van Auschwitz. Op 27 januari 1945 werd het kamp bevrijd – op dat moment waren er 1.000 niet begraven of verbrande lijken en ongeveer 7.500 – 8.000 gevangenen, bijna allemaal doodziek, in het kamp aanwezig. De laatste bewakers die waren achtergebleven, werden nog dezelfde dag door de Russische soldaten gedood.