Auschwitz I, het oorspronkelijke
concentratiekamp en het administratieve centrum van het kampcomplex, was ondergebracht in een oude Poolse kazerne aan de rand van het dorp. Auschwitz I was opgezet
naar model van de Concentratiekampen in Duitsland en werd in eerste instantie vooral gebruikt om Poolse
verzetsmensen en intellectuelen op te sluiten. Later arriveerden ook andere gevangenen: Sovjetrussische
krijgsgevangenen, ‘gewone’ criminelen, Joden, homoseksuelen en anderen. In totaal zijn er bij benadering 70.000 mensen vermoord. Veel gevangenen zijn om het leven gekomen door uitputting, honger, besmettelijke ziektes, te zwaar werk of voor het
vuurpeloton. Gevangenen van Auschwitz I moesten vaak buiten het kamp dwangarbeid verrichten en marcheerden dagelijks door de toegangspoort waarop in metalen letters de cynische spreuk Arbeit macht frei (werken maakt vrij) was aangebracht. In
gevangenenblok II van Auschwitz I werden in de herfst van 1941 de eerste proeven gedaan met het doden van mensen door middel van vergassing. 850 Poolse Joden en Sovjetrussische gevangenen werden vergast met waterstofcyanide, een onkruidverdelger
(handelsnaam
Zyklon-B). Na dit experiment werd Zyklon-B op grote schaal toegepast in de gaskamers van
Auschwitz-Birkenau.